Varianten en huisregels bij toepen
Geen twee toeptafels spelen precies hetzelfde. Aan de ene tafel speel je tot 15 strepen, aan een andere misschien tot 10, met of zonder dodemansronde. Toep heeft daarom vaste spelregels als basis, en een handvol regels die je per tafel zelf kiest. Op deze pagina staat welke dat zijn, wat ze aan het spel veranderen en waarom een groep ervoor kan kiezen.
Waar je de regels kiest
- Openbare tafel: altijd de standaardregels. Je komt via de wachtrij aan tafel bij spelers van ongeveer jouw niveau. Een tafel start met vier spelers, of met drie als er na een minuut niemand bijkomt en de drie dat willen.
- Privétafel: de gastheer kiest alle regels hieronder en deelt de code of de link. Er passen twee tot zes spelers aan, en de gastheer start zodra er minstens twee zitten.
- Clubtafel: een club heeft een eigen tafel met de huisregels van de club, zodat je vaste groep altijd met dezelfde regels speelt.
- Tegen de computer: je kiest een tot vijf tegenstanders en een van drie niveaus: makkelijk, normaal of moeilijk.
Aan tafel staan de regels die gelden altijd achter de knop regels, zodat niemand halverwege voor een verrassing staat.
De limiet
Instelbaar van 5 tot 20 strepen. Standaard: 15.
De limiet is het aantal strepen waarbij je uit bent. Een lage limiet maakt het potje korter en elke streep zwaarder: met een limiet van 5 is één verloren toep al een flinke klap. Een hoge limiet geeft meer rondes en meer ruimte om een slechte start goed te maken. Wie maar een kwartier heeft, zet hem lager; een avond aan tafel kan best tot 20.
De limiet bepaalt ook wanneer je op scherp staat: altijd één streep eronder.
Wie begint na een ronde
Doorschuiven of na de winnaar. Standaard: doorschuiven.
Bij doorschuiven begint elke ronde de speler links van wie de vorige ronde begon, zodat de eerste beurt eerlijk rondgaat. Bij "na de winnaar" begint de speler links van de winnaar van de vorige ronde. Binnen een ronde begint altijd de winnaar van de vorige slag, en in een dodemansronde begint de dode man; daar verandert deze regel niets aan.
Het kleine spelers klassement
Uit, of aan met een grens van 2 tot 5 keer. Standaard: aan, na 2 keer.
Met deze regel kun je niet eindeloos wegduiken. Elke keer dat je niet meegaat na een toep, telt een teller op; bij de grens móét je de volgende toep meespelen. Een lage grens maakt het spel feller, omdat voorzichtige spelers snel gedwongen worden mee te gaan. Een hoge grens, of de regel uit, laat meer ruimte om met een slechte hand te passen. Hoe de teller precies werkt staat bij het kleine spelers klassement.
Vuile was met een 7
Alleen vier lage kaarten, of ook drie lage kaarten en een 7. Standaard: ook met een 7.
Een vuile was is altijd vier lage kaarten: boer, vrouw, heer en aas. Met deze regel telt ook drie lage kaarten met een 7 als vuile was. Dat maakt een echte vuile was vaker voorkomend, en het maakt checken lastiger: er zijn meer handen die echt kunnen zijn. Wie wil dat een vuile was zeldzaam blijft, zet de 7 uit.
Opnieuw delen na vuile was
Na 2 tot 5 keer vuile was op rij. Standaard: na 5 keer.
Komt de ene vuile was na de andere, dan wordt de hele ronde op een gegeven moment opnieuw gedeeld, zonder strepen voor wie dan ook. Met vijf of zes spelers aan tafel gebeurt dat vaker dan met drie of vier. Een lagere grens houdt de vaart erin; een hogere geeft spelers meer kansen om hun hand te ruilen.
De dodemansronde
Aan of uit. Standaard: aan.
De dodemansronde is een laatste kans voor wie op scherp staat: de dode man begint, niemand mag toepen, en de anderen kiezen tussen meespelen voor 2 of uitzitten voor 1. Het is een van de spannendste momenten van een potje, en het rekt het einde wat op. Staat de regel uit, dan speelt iemand op scherp gewoon door en is het potje sneller beslist.
Op scherp staan heet ook wel "op skerp staan" of "op pelt staan".
Het einde met twee spelers
Vragen, gewoon of super toep. Standaard: vragen.
Als er nog twee spelers over zijn, kan het potje gewoon doorgaan tot een van beiden de limiet haalt, of beslist worden in één super toep: een ronde van acht kaarten en acht slagen, waarin de winnaar van de laatste slag het potje wint. Bij "vragen" krijgen beide spelers de keuze, en komt de super toep er alleen als ze allebei ja zeggen.
Bedenktijd
Aan een privétafel van 10 tot 60 seconden. Aan een openbare tafel: 20 seconden.
De bedenktijd is de tijd die je hebt voor een kaart, voor meegaan of niet, en voor meespelen of uitzitten. Loopt hij af, dan geef je het potje op. Met vrienden die rustig willen nadenken kies je een ruime tijd; wie het tempo hoog wil, gaat naar 10 seconden.
Twee kleinere tijden horen erbij:
- Checktijd, van 3 tot 30 seconden, standaard 10: hoe lang ieder heeft om een vuile was te checken of te geloven.
- Pauze tussen rondes, van 0 tot 10 seconden, standaard 5: hoe lang de tafel de stand van de vorige ronde laat zien voordat de volgende begint.
De standaardregels op een rij
| Regel | Standaard |
|---|---|
| Limiet | 15 strepen |
| Wie begint na een ronde | doorschuiven |
| Kleine spelers klassement | aan, na 2 keer |
| Vuile was | vier lage kaarten, of drie en een 7 |
| Opnieuw delen | na 5 keer vuile was op rij |
| Dodemansronde | aan |
| Twee spelers over | vragen om een super toep |
| Bedenktijd | 20 seconden |
| Checktijd | 10 seconden |
| Pauze tussen rondes | 5 seconden |
Dit zijn ook precies de regels van elke openbare tafel.
Spelen met je eigen huisregels
Aan een echte tafel spelen groepen allerlei eigen regels die Toep online niet kent. Daarvoor is het scorebord in de app: je speelt met echte kaarten, op jullie eigen manier, en de app houdt de strepen bij en bewaart eerdere potjes. Het werkt ook zonder internet.
Twijfel je over een woord? Kijk bij de begrippen. Wil je weten hoe je een regel in je voordeel gebruikt, lees dan de strategie.